God van verloren zielen, U die verloren hebt onder de goden, hoor mij:
Meedogend lot, dat over ons -dwaze, zwervende geesten – waakt, hoor mij:

Ik woon te midden van een volmaakt ras, ik de meest onvolmaakte.
Ik, een menselijke chaos, een nevelvlek van verwarde elementen, ik beweeg me onder volmaakte werelden -volkeren met volmaakte wetten en pure ordening, wier gedachten gereglementeerd, wier dromen geordend, en wier visioenen ingeschreven en geregistreerd zijn.

Hun deugden, o God, zijn gemeten, hun zonden gewogen, en zelfs de talloze dingen die voorbijgaan in de duistere schemering van hetgeen noch zonde is, noch deugd, zijn opgetekend en gecatalogiseerd.
Hier zijn de dagen en de nachten ingedeeld en worden geregeerd door regels van smetteloze nauwkeurigheid.
Eten, drinken, slapen, zijn naaktheid bedekken, en dan vermoeid zijn te bestemder tijd.

Werken, spelen, zingen, dansen, en dan stilliggen, als de klok een bepaald uur slaat.
Zo denken, zoveel voelen, en dan, wanneer een bepaalde ster rijst boven gindse horizon, niet meer denken, niet meer voelen.

Een buurman beroven met een glimlach, gaven uitdelen met een gracieuze handbeweging, voorzichtig prijzen, zorgvuldig veroordelen, een ziel vernietigen met een woord, een lichaam verbranden met een ademtocht, en dan de handen wassen, wanneer de dagtaak is volbracht.

Liefhebben op voorgeschreven wijze, zijn beste zelf onderhouden op een vastgestelde manier, de goden gepast vereren, de duivelen geslepen om de tuin leiden -en dan alles vergeten alsof de herinnering dood ware.
Liefhebben met een bedoeling, overleggen met berekening, lieflijk gelukkig zijn, dapper lijden –en dan de beker ledigen, opdat de dag van morgen die opnieuw vullen moge.

Al deze dingen, God, worden met voordacht ontvangen, in vastberadenheid geboren, met nauwkeurigheid gevoed, door wetten geregeerd, door de rede gericht, en daarna gedood en begraven op voorgeschreven wijze. En zelfs hun zwijgende graven die in de menselijke ziel liggen, zijn gemerkt en genummerd.

Het is een volkomen wereld, een wereld van volmaakte uitnemendheid, een wereld van verheven wonderen, de rijpste vrucht in Gods tuin, de meestergedachte van het heelal.
Maar waarom zou ik hier zijn, God, ik een groen zaad van ongestilde hartstocht, een dwaze storm, die het oosten zoekt noch het westen, een verdwaasd brokje van een verbrande planeet?
Waarom ben ik hier, God van verloren zielen, jij die zelf onder de goden verloren bent?

EINDE

Bron:

https://www.absolute1.net/kahlil-gibran-de-dwaas.html